UITSLAG STADSGEDICHTENWEDSTRIJD 2012

De Nationale Stadsdichtersdag 2012 is voorbij en daarmee is tevens bekend geworden wie de winnaars zijn van de Stadsgedichtenwedstrijd 2012. Na een prachtige dag waarbij de Stadsdichters ís middags in huiselijke kring bij gastgezinnen in Lelystad hun gedichten voordroegen werd tijdens een niet minder poŽtisch avondprogramma onthuld waar bijna driehonderd dichters naar hadden uitgekeken. Zeker, het prijzengeld was beslist aantrekkelijk en dat slechts een paar dichters in de prijzen zou vallen was van te voren bekend. De deelname was overweldigend, reden voor de organisatie om volgend jaar ter gelegenheid van de 9e Nationale Stadsdichtersdag opnieuw een Stadsgedichtenwedstrijd te organiseren. Voor allen die deze keer buiten de prijzenpot vielen ongetwijfeld reden om wederom van hun poŽtische gaven blijk te geven.

Onderstaand het juryrapport waarin de prijswinnaars bekend zijn gemaakt. Daarna volgen de in hun rapport genoemde gedichten.

Juryrapport

‘Poëzie’ is een abstract begrip, net als ‘geluk’, ‘eenzaamheid’, ‘kunst’ en ‘literatuur’. Zulke woorden kun je slechts duiden en met voorbeelden concretiseren. Een poging tot exacte definiëring ervan is gedoemd te mislukken. Zodra je echter een gedicht leest, beleef je wat poëzie is. Over die beleving valt wel iets zinnigs te zeggen. Veel lezers, onder wie de juryleden van deze wedstrijd, ervaren dat er in een goed gedicht ‘meer staat dan er staat’. Het gebruik van vormgeving, beeldspraak, muzikaliteit (rijm, ritme) en stijlfiguren kan een leestekst poëtische zeggingskracht geven. De vorm doet er in een gedicht net zo toe als de inhoud. Zodra deze een eenheid vormen, de afzonderlijke woorden overstijgen en bij wijze van spreken als minnaars in elkaar opgaan, gaat het gedicht uit zijn dak en in het gunstigste geval de lezer ook. Zulke leeservaringen verrijken je belevingswereld en gaan soms eeuwen mee, kennelijk doordat ze iets universeels verwoorden.

In de zomer van 2012 heeft de jury, bestaande uit Peter van Beurden, Marian van Gog, Floor Koedam en ondergetekende, 261 anoniem aangeleverde stadsgedichten gelezen en beoordeeld op hun merites. Elf ervan voldeden niet aan de voorwaarden, veelal doordat ze te lang waren. Een mooi rond getal, 250, voor een Nederlandstalige dichtwedstrijd, waarbij gelukkig ook onze zuiderburen ruim vertegenwoordigd zijn. Het initiatief van stichting Poëtikos i.s.m. uitgeverij Kontrast heeft zijn bestaansrecht bewezen.

Het thema was met opzet ruim gehouden. Ook dorpsgedichten en gedichten waarbij de omgeving slechts een zijdelingse rol speelt, konden meedingen. Anekdotes vormden vaak aanleiding tot bespiegelingen. Veelal bevatten de gedichten enthousiaste lofzangen op de woon- of geboorteplaats van de dichter, op de schoonheid, de historische rijkdom ervan of op de wijze waarop mensen daar met elkaar omgaan, vaak met een nostalgische onder- of boventoon. Maar ook was kritiek merkbaar en werden raciale problemen in grote steden, wansmakelijke stedebouwkundige vernieuwingen en politieke ontwikkelingen aan de kaak gesteld, dikwijls met (zelf)spot en slechts zelden vanuit een rancuneus cynisme. Maatschappelijke betrokkenheid, ook wel engagement genoemd, lijkt zich weer wat meer te manifesteren in de dichtkunst dan zo’n tien, twintig jaar geleden.

Uiteraard waren er kwaliteitsverschillen tussen de inzendingen. Veel gedichten waren zeer het lezen waard, maar soms was de woordkeus te cryptisch en niet altijd invoelbaar voor wie geen binding had met de desbetreffende locatie. Soms ontsierden fouten op het gebied van woordkeus, zinsbouw, stijl en spelling een gedicht en deden rijmdwang en clichés afbreuk aan de inzendingen, maar in het algemeen was de jury verrast door originele gedachtensprongen, sterke formuleringen en fraaie taalvondsten. De gebruikte dichtvormen varieerden van strenge sonnetten tot vrije verzen.

Bij het beoordelen van de inzendingen is de jury zich steeds ervan bewust geweest dat een andere jurybezetting tot andere keuzes zou kunnen leiden. Na de eerste schiftingen bleven 28 gedichten over. In een bijeenkomst werd vervolgens opnieuw een selectie gemaakt. Inmiddels was duidelijk geworden dat de keuzes erg overeen kwamen. Uiteindelijk heeft de jury unaniem besloten tot de volgende winnende gedichten.

Een eervolle vermelding gaat naar het gedicht ‘Zoutelande’ van het pseudoniem Duifje uit de bus, dat heel lang heeft meegestreden vanwege de heldere, karakteristieke, beeldende typering van de Zeeuwse plaats.

De derde prijs gaat naar Nico Dijksterhuis voor diens gedicht ‘Groningen’, dat poëtisch, vaardig en vol verwijzingen de stad bejubelt op een klassieke, haast oudtestamentische toon in een passende sonnetvorm. 

De tweede prijs gaat naar Anne Roozeboom voor haar gedicht ‘Welkom?’ dat helder en toegankelijk is, zonder effectbejag, en een zorgvuldige opbouw kent. Een ogenschijnlijk neutraal begonnen beschrijving van Culemborg blijkt, en dit pas in de slotregel, een brief aan verhuisde ouders te zijn waarin een raadselachtig pijnlijk conflict tussen ouders en kind extra voelbaar wordt door het haast laconieke taalgebruik.

De eerste prijs wordt toegekend aan Lowie Gilissen voor zijn gedicht ‘Amsterdam’. De geluiden van de hoofdstad worden daarin op zeer speelse, geestige, overtuigende wijze ritmisch hoorbaar gemaakt vol (binnen)rijmen, alliteraties en onomatopeeën, samenkomend in een sterke, nuchtere slotzin waarin micro- en macrokosmos samenvallen.

De jury dankt alle dichters voor hun bijdrage en wenst hun veel inspiratie en succes toe.

Job Degenaar

(juryvoorzitter)

 

  Het gedicht Zoutelande, geschreven onder het pseudoniem Duifje, dat door de jury met een Eervolle Vermelding werd beloond.

Zoutelande

Boven op de hoogste duintop zie ik rechtsom 
het lachende groene eiland Walcheren
waar de roodgedaakte huisjes ontwaken
zich samendringen om het oude kerkje 
als een kudde schapen om hun herder
terwijl de duinen het dorpje
in omarming vasthouden.

Linksom het bruisende waterrijk 
dat zich uitstrekt naar de kustlijn 
en zich als een poes rondt
in een bevallige bocht
zich verliest in de begrenzing van witte duinen
waartegen de blauwe zee schilderachtig afsteekt
en het zo eigen Zeeuwse licht zich er als een
kanten kleed overheen spreidt.

 

  Het gedicht Groningen, geschreven door Nico Dijksterhuis, winnaar van de 3e prijs.

Groningen

De stad bestaat die ploegen schilders roemt
alsmede dichters, luchtkastelenbouwers,
beschutting biedt aan wereldplanontvouwers
en die de bruggen naar haar schrijvers noemt.

En niet alleen in goddelijke huizen
komt inspiratie voor, weerklinkt het woord -
ook in plantsoenen wordt die stem gehoord.
En als op pleinen bladeren licht suizen

door wind die koelte wuift in mijn gezicht -
aanschouw ik weer dat waterige licht
dat huizen, straten, kroegen mooi verkleurt

en prijs mijn stad, met kunstenaars, geleerden,
met heiligen, met outcasts, onbeheerden -
die mooie stad, waar alles nog gebeurt.

 

Nico Dijksterhuis
  Het gedicht Welkom geschreven door Anne Roozeboom, door de jury beloond met de 2e prijs.

Welkom?

Ik kende deze plaats
Alleen maar uit de krant
Onrust, angst en heel veel spanning
Steeds weer trammelant

Molukkers, Marokkanen
Gaan daar daaglijks op de vuist
Maar ondanks dat zijn jullie toch
naar Culemborg verhuisd

Eén keer ben ik er gaan kijken
Maar wat hoopte ik te zien?
De molens, winkels, monumenten?
Een glimp van jullie heel misschien?

Ik zag historische gebouwen
De kerkjes en de poort
En ook het prachtige kasteel
Dat te vinden is in Noord

Op de terugweg naar ons huis
Voelde ik de tranen stromen
Ik wist dat ik niet nog eens
In Culemborg zou komen

Of toch, ooit in de toekomst
Zomaar, voor de grap
Misschien dat ik dan welkom ben
Dag lieve mam en pap

 

  Het gedicht Amsterdam, geschreven door Lowie Gilissen dat werd beloond met de 1e prijs.

Amsterdam

Nabij gehei dreunt, dreunt, dreunt,
in een dwingend ritme
als van een metronoom.

Op die doffe beat houden trams
met hun triangeltringtingtinggetinkel
en ssschurend sssnerpen
van weerbarstig wentelende wielen
helemaal geen maat.

Opgevoerde brommers overstemmen
met knalpijphard geknettterrrr
en passant moeiteloos
nerveuze claclaxons van schildpadtrage taxi’s.

Doppleriaans nadert met steeds meer nadruk
de viertonige ta-ti-ta-ta sirene
van een slalomambulance.

Te midden van deze ongeorkestreerde kakofonie
staat een straatmuzikant op zijn viool
een ti-ta-ti-ta partita van Bach te spelen,
alsof al die helse herrie om hem heen niet bestaat.

En warempel,
ik denk dat ook, 
één hemels ogenblik.